Agenda

Laatste update

26-06 indeling: simultaan
26-06 uitslgn en eindstanden
21-06 2e update sen 21-06
20-06 update ind sen 21-06
19-06 indeling sen 21-06

2700chess.com for more details and full list

Net niet

In de 4e ronde (of terwijl de halve finale van poule D) van de KNSB-beker mochten we aantreden uit tegen de Stukkenjagers. Feitjes vooraf: in de avondcompetitie hadden we met 0,5-3,5 verloren van de Stukkenjagers met 2 van de 4 spelers die nu speelden. Bovendien konden zij op papier een veel sterker team opstellen en staan zij momenteel gedeeld aan kop in de 1^e klasse. Als we al niet genoeg gemotiveerd waren, dan zou dit toch genoeg moeten zijn. WLC had heel lang geleden al eerder de 4^e ronde gehaald en bij winst zou WLC echt geschiedenis schrijven. Er stond een wedstrijd in de 5^e ronde tegen de landskampioen Charlois Europoort op het spel . Waar slaat nou de koptekst van dit verslag “net niet” op zul je je afvragen in de wetenschap dat we maar liefst met 0,5-3,5 hebben verloren (net als in de avondcompetitie ). Nou, heel simpel: Thomas had een verdienstelijke remise tegen IM Stefan Beukema en op de resterende 3 borden hebben we allen wel op een of meerdere momenten minstens de kans op remise of zelfs winst gehad. Op de beslissende momenten kwamen we simpelweg net tekort, zij waren net wat slachtvaardiger dan wij, dat is gewoon de realiteit. Neen, we zijn( en waren) zeker niet kansloos tegen een team met gemiddeld meer dan 200 elopunten meer dan wij, maar het verschil zit vaak in de afronding of scherpte op beslissende momenten. Enfin, dan nu de wedstrijd; Vooraf hadden we een zware dobber verwacht, maar dat ze met de sterkst denkbare opstelling zouden verschijnen was wel een optie, maar toch nog een tegenvaller.Ze kwamen maar liefst met 4 titelhouders, nl. 2 IM’s en  FM’s en een gemiddelde van ruim 2300+. Hier onder de afzonderlijke verslagen met commentaar van de spelers zelf.

Bord 1        Thomas Kools- Stefan Beukema

Kools-Beukema

Bord 2        Luuk Baselmans- Bas van Doren

Baselmans_vanDoren

Bord 3        Guus Bollen- Herman Grooten

Ik offerde in de opening mijn geïsoleerde centrumpion voor actief stukkenspel. Objectief was het nog gelijk, maar de onbalans maakte dat Herman en ik allebei scherp moesten blijven. Herman moest zijn stelling consolideren en vooral geen materiaal weggeven, en ik moest het initiatief zo veel mogelijk in leven houden om geen eindspel met een pion minder over te houden.

Allebei speelden we niet altijd de beste zetten, maar Herman was de eerste die blunderde. Ik won mijn pion terug en hield een betere stelling over. Ik kreeg beslissend voordeel, maar liet het na om het af te maken. Net toen Herman alles weer volledig onder controle had kwam zijn volgende blunder. Er bleef weinig over van de zwarte koningsstelling, en ik had weer beslissend voordeel. Maar inmiddels was de tijdnoodfase aangebroken, en toen was het mijn beurt om te blunderen. En helaas voor mij was mijn blunder meteen fataal. Tja, zo kan het gaan in het schaakspel.

Bord 4        Nick Bijlsma- Rudy Simons

Het was lange tijd een partij die gelijk op ging waarbij het me opviel dat hij kennelijk een rustige positionele speler is omdat hij het heel positioneel speelde , daar waar hij ook voor agressievere zetten kon kiezen. Naar mijn bescheiden mening speelde hij het wel heel erg voorzichtig.  Het schommelde lange tijd tussen een kleine plus voor wit en gelijk spel. Dan komt er een moment dat ik in een stelling waar de “Vis “nog steeds gelijk spel geeft ik een pion offer op de damevleugel (lees een pion weg geef ) , maar die de zwarte stelling kennelijk nog kon hebben omdat op dat moment zwart dynamische compensatie heeft. Mijn echte fout kwam pas 3 zetten later en toen had zwart al een voordeel van bijna +2. edoch, mijn tegenkans liet niet lang op zich wachten.

Hier was mijn laatste zet Df6-d6 wat niet alleen mijn dame onttrekt aan de aanval van het witte paard , maar bovendien dreigt met 33…Pf3:+ en 34…Lg3:+. Mijn tegenstander zag het niet of onderschatte de dreiging en speelde 33. Td1. Nu volgde er dus 33….Pf3:+ 34.Lf3: ( en hier was Kf2 weer beter wat ik ook had verwacht) Dg3: 35. Da4 en hoewel wit nog steeds voordeel heeft zat ik weer in de wedstrijd. (Overigens faalde 35. Pf6+ op Lf6: en 36. Td7: zou dan weer falen op De1+ gevolgd door Le5+. )  In de tijdnoodfase had ik de remise in de hand als ik in een stelling met ieder een dame en een loper, maar lopers van ongelijke kleur het aanbod van de dameruil had gezien (waar hij niet om heen kon, anders zou hij zelf mat lopen) , maar in plaats daar van gaf ik een loper weg door een dameschaak. met nog 6 seconden op de vlag zag ik geen redding en ging door mijn vlag. jammer, deze partij verdiende meer.

Een 3,5-0,5 nederlaag dus. Maar we kunnen zeker met opgeheven hoofd het strijdtoneel verlaten en hopelijk volgend jaar net zo ver komen, maar dan wel met elke ronde echt gespeeld ( en dus geen reglementaire overwinningen zo als in de 3e ronde)


De StukkenjagersRating
WLCRatingRonde 4

Beukema, S.O.R. (Stefan)2401
Kools, T. (Thomas)2167½ – ½

Baselmans, L. (Luuk)2294
Doren van, B. (Bas)21021 – 0

Grooten, H.C.A. (Herman)2290
Bollen, G. (Guus)21951 – 0

Bijlsma, N. (Nick)2288
Simons, R.W.J. (Rudy)20031 – 0

Gemiddelde Rating:2318
Gemiddelde Rating:21173½-½

Rudy Simons

De Raadsheer A – WLC A

Het had nog wat voeten in de aarde om het eerste avondteam compleet te krijgen voor de uitwedstrijd tegen De Raadsheer in Zundert op donderdag 7 april. Wegens het verdrietige overlijden van Armin Kohlrausch had ons tweede avondteam een speler tekort, en aangezien WLC A de beschikking heeft over zes basisspelers, werd besloten Henny Wilbrink uit te lenen voor de rest van het seizoen. Hij had drie keer met ons meegedaan en mocht reglementair dus nog nét in een lager team uitkomen. Niets aan de hand zou je zeggen, maar ook Robert Klomp was verhinderd en ikzelf kwam er twee dagen voor de wedstrijd achter dat ik kaartjes had voor een theatervoorstelling in het Speelhuis. De overige drie konden gelukkig wel, dus moest ik op zoek naar een invaller. Enkele usual suspects bleken echter ook verhinderd te zijn, maar gelukkig vond ik Tobias Jacobs bereid in te vallen, waarvoor hartelijk dank!


Dan de wedstrijd op chronologische volgorde van binnenkomst, met commentaar van de spelers zelf:


Rudy Simons – Mitchell Matthijssen, bord 3

Ik kwam voortvarend uit de opening en na zo’n 14 zetten had ik al een dikke plus. Mijn tegenstander had zijn witveldige loper geruild voor mijn paard op d5 en dit zou zich al vroeg wreken. Daarna was ik heer en meester op de witte velden en toen ik een gezonde vrije pluspion had op de damevleugel werd het door de dameruil alleen maar slechter voor hem. Toen die vrije pion, inmiddels op b5, ondersteund zou worden door een witte pion op c4 besloot mijn tegenstander het maar voor gezien te houden op de 32e zet.


Jos van Ginneken – Tobias Jacobs, bord 4

Het was een saaie partij waarbij alles snel afgeruild werd. Er kwam een toreneindspel en het werd remise. Zes uur verspild aan een dode partij die ook nog in remise eindigde. Beetje een domper.


Thomas Kools – Niek Oostvogels, bord 1

Tja, wat kan ik over mijn partij tegen De Raadsheer te Zundert vertellen. Het was een typische Scandinaviër waarin ik met wit een duidelijk ruimteoverwicht had en wat ontwikkelingsvoorsprong. De zwarte stelling was echter uiterst solide en het was niet eenvoudig een gaatje te vinden in de verdediging (wat ook de verdienste was van mijn tegenstander). Eigenlijk is er maar één moment in de partij die ik mezelf echt kwalijk kan nemen, en dat was op zet 25 nadat zwart zijn paard op d6 zet:

Ik heb hier in het eindspel potentieel een licht voordeeltje vanwege de geïsoleerde pion op e5. Hier wilde ik het allemaal wat al te mooi en positioneel (en materialistisch) doen door 25. De2?! te spelen en tegen de pion op e5 te gaan duwen. Het is tekenend voor het vlakke schaak wat ik de afgelopen tijd op doordeweekse avonden aan de man breng; het is een soort totale afwezigheid van schaaktechnische vechtlust. Veel beter is natuurlijk 25. Td3!, waarna de toren op d7 binnenkomt en de zwarte koning op de tocht komt te staan. De pion op c4 gaat dan weliswaar verloren, maar het blijkt dat na 25… Pxc4 26. Td7 Db6 27. De2 het zwarte paard effectief ingesloten staat (op a5 is ook droevig). Zoals het ging kreeg ik geen spel gegenereerd, en een strategisch getimed remiseaanbod heb ik in gelijke stelling waar nog wel wat te rommelen viel geaccepteerd. Daarmee kwamen we op 1 – 2, en het op zijn minst volkomen gelijke eindspel vertrouwde ik Joep (zo bleek later terecht) wel toe waardoor de teamwinst binnen was. Al met al nooit echt in gevaar, maar ook zelf de kansen om gevaar te stichten onvoldoende gepakt, dus is remise de terechte uitslag voor vandaag.


Jorrit Havermans – Joep Nabuurs, bord 2

Nadat ik in de opening al snel moest improviseren meende ik een beslissende penning op het bord te krijgen.

In mijn berekeningen zou hier 15… Pb3 de kwaliteit winnen. Met de diagramstelling eenmaal op het bord kwam ik erachter dat wit nog met Ld6 – richting f8 of b4 – kan keepen, waarna hij niet minder staat. Daarom 15… e5 16. Lg5 maar hoewel een centrumpion op zwart vooruitgang boekt heeft wit nog steeds zijn ontsnapping, nu met Le7 – b4. Daarom zocht ik toevlucht in een eindspel met voor beiden toren plus witveldige loper, met een zetje of 30 tot 40 manoeuvreren in het vooruitzicht en dan zien we wel. Wits actieve koning kon ik afhouden, en het eindspel stond lang gelijk totdat ik de h-lijn opende, binnenkwam, en het niet meer gelijk stond.


Al met al een degelijke 1 – 3 overwinning! Nog twee wedstrijden te gaan, ronde 3 en 4 moeten nog ingehaald worden binnenkort.


De persoonlijke uitslagen:

De Raadsheer A (1795)WLC A (2054)1 – 3
Niek Oostvogels (1953)Thomas Kools (2167)½ – ½
Jorrit Havermans (1844)Joep Nabuurs (2295)0 – 1
Mitchell Matthijssen (1781)Rudy Simons (2003)0 – 1
Jos van Ginneken (1602)Tobias Jacobs (1752)½ – ½

Maarten Smit

Externe competitie: RSC ‘t Pionneke 1 – WLC 1

Rating
Rating
Mechelen van, J. (Jan) 2218 Welling, G.J. (Gerard) 2231 ½ – ½
Royakkers, G. (Guido) 2160 Kools, T. (Thomas) 2165 ½ – ½
Coenen, E.A.J. (Eduard) 2032 Bollen, G. (Guus) 2195 0 – 1
Janssen, G. (Ger) 2172 Smit, M. (Maarten) 2007 0 – 1
Schuermans, R. (Robert) 2059 Smits, S. (Sebastiaan) 2121 0 – 1
Cauter de, W.G. (Wolfgang) 1994 Simons, R.W.J. (Rudy) 2003 0 – 1
Aben, P. (Paul) 1926 Albers, F. (Frank) 1921 1 – 0
Sofic, N. (Narcis) 1935 Baijens, J.C. (Hans) 1837 ½ – ½
Gemiddelde Rating: 2062 Gemiddelde Rating: 2060 2½-5½

Gezien de stand in de competitie was het hard nodig om wat matchpunten te verzamelen. We waren met z’n allen zeer gemotiveerd om dit te bewerkstelligen. De eerste drie partijen die klaar waren gaven een goed aanzetje hiervoor.

Guus (bord 3)

Mijn partij verliep voorspoedig. Ik kwam met ontwikkelingsvoordeel uit de opening. Zwart speelde zijn pionnen naar voren op de damevleugel voordat zijn stukken daar ontwikkeld waren, en dat bleek niet handig te zijn.

De laatste zetten van zwart waren 12. .. b4 en 13 .. b5. Nu kan ik gebruik maken van de verzwakte h1-a8 diagonaal met 14. e5 gevolgd door een spoedig Le4. De enige manier om het materiaalverlies te beperken is door het paard op d5 te zetten, maar daar komt het in een gruwelijke penning te staan. En zo gebeurde het. Even later won ik een pion dankzij de afwikkeling op d5, maar dat was niet het enige goede aan mijn stelling. De zwarte koningsstelling was namelijk ook ernstig verzwakt. Dit was (bijna) de slotstelling:

Wit aan zet geeft mat in 3.

Thomas (bord 2)

Royakkers_Kools

Sebastiaan (bord 5)

Smits-Schuermans

We hadden een voorsprong van 2,5 – 0,5 bereikt, maar gezien de stand op de overige borden was nog niets zeker. Gerard en Rudy hadden gelijke stellingen op het bord. Hans had een duidelijk plusje, maar Frank en Maarten hadden het moeilijk.

Gerard (bord 1)

GW_van_Mechelen

Frank (bord 7)

Na een Caro-Kann bereikte ik met wit de volgende stelling na 20 zetten:

Vantevoren dacht ik dat zwarts laatste zet Pf6-d5 niet kon vanwege 21. Lxg7. Immers 21. … Pxg7 22. Txd5 en zwart kan niet terugslaan op d5 vanwege Pxe7 dus moet 22. … Pxf5 23 Txf5 met plusstelling voor wit. 

Maar toen deze stelling eenmaal op het bord verscheen, begon ik ineens te twijfelen hoe ik op 21. … Pdf4 moest reageren. Alles blijkt nog steeds goed voor wit, de computer komt zelfs met 22. De4 met het idee 22. … Pxg7 23. Pxh6+ Kf8 24. Dh7 en wint, maar ik begon te hallucineren en koos uiteindelijk voor 21. La5? om na Dxa5 22. Txd5 Lf6 23. Thd1? (met 23. Txb5 sta ik ook minder maar kan nog vechten) Pf4 tegen een zo goed als verloren stelling aan te kijken, die mijn tegenstander netjes verzilverde.

Hans (bord 8)

Verslag-2april2022-Hans

Nadat Gerard, Frank en Hans klaar waren stonden we op 3,5 punt. Maarten stond erg slecht, en dus leek het eindresultaat (alweer) van de partij van Rudy af te hangen. Echter wist Maarten ons te verrassen met een winstpartij, waarna de teamoverwinning al veilig was. Als klap op de vuurpijl wist Rudy zijn partij ook nog te winnen!

Maarten (bord 4)

Na een opening, waarin ik weer eens veel te lang nadacht, kwam ik in een middenspel terecht waarin ik (dus) weer eens veel te weinig tijd over had. Vanaf zet 20 rond de 6 minuten, en op zet 24 ging ik al in de fout. Tegenstander Ger Janssen profiteerde niet optimaal waarna de stelling weer min of meer in evenwicht kwam, totdat ik opnieuw een fout maakte op zet 28. Dit kostte mij een belangrijke pion en hierna stond ik verloren. In onderstaande stelling had mijn opponent het punt voor hem al geteld, zo vertelde hij na afloop.

Ik ook overigens; ik sta een pion achter, heb een geïsoleerde dubbelpion en twee geïsoleerde pionnen en verder heb ik nauwelijks spel.Verrassend, niet in het minst voor mezelf, was het dat het op het eind zo stond:

De rollen volledig omgedraaid en Janssen ging hier door zijn vlag. Er valt ook niks zinnigs meer te bedenken.Voor de volledigheid hier nog de zetjes tussen diagram 1 en diagram 2: 35… Td6 36. Dc4 Pd7 37. Ta5 Tf8 38. Pg1 Df7 39. Tf1 Df6 40. f4 gxf4 41. gxf4 Kh7 42. Pe2 Tg8+ 43. Kh2 e5 44. Txa7 Dg7 45. Tg1 Tg6 46. Dc1 Tg2+ 47. Kh1 exf4, 0-1.

Rudy (bord 6)

Ik speelde tegen een voor mij oude bekende, t.w Wolfgang de Cauter, die ik al 2 keer eerder tegen heb gehad. de onderlinge stand was 1-1.  Het was een rustige opening waar eigenlijk niet zo veel gebeurde, maar waar ik pas op de 17e zet een duidelijk mindere zet deed, t.w. Kh8 die vervangen had moeten worden door Pd5. Wit had volgens de “vis” op dat moment een plus van ca. + 0,5 (voor wat het waard is). 7 zetten later had ik weer Pd5 moeten spelen , maar speelde g6, en toen ik op de 26e zet uiteindelijk wel Pd5 speelde, had ik volgens de Vis juist b4 moeten spelen. De rode lijn in deze partij tot nu toe is dus de zet Pd5 🙂 . b4 speelde ik op de volgende zet en toen had ik een voordeel van 0.6 (weer voor wat het waard is) . Op de 32e zet bood ik remise aan in een compleet gelijke stelling (ook volgens de Vis) en vanwege de teamstand (we stonden een punt voor en er zat een 2e punt van Sebastiaan zeker aan te komen) besloot hij door te spelen. Pas op de 36e zet ging hij definitief in de fout wat mij een gezonde pluspion opleverde en met secuur spel wist ik later op de 67e zet de volle buit binnen te halen. weer een partij waar ik tevreden over was, geen ernstige fouten, hooguit mindere zetten en tenslotte de fout van de tegenstander afgestraft.

Een triest bericht

Tot onze grote ontsteltenis hebben we vanmiddag vernomen dat Armin Kohlrausch afgelopen vrijdag onverwachts is overleden. Hij is tijdens het geven van een voordracht op een congres in Stuttgart in elkaar gezakt, reanimeren mocht niet meer baten.

Armin was pas enkele jaren lid van onze vereniging en kort geleden gepensioneerd. Hij had vol enthousiasme zijn oude hobby, schaken, weer opgepakt en voelde zich thuis bij WLC. Hij nam training bij Herman Grooten en bestudeerde alles wat hij te pakken kreeg met veel toewijding. Na een oproep om bij de jeugd les te komen geven meldde hij zich direct aan en nam de stappenmethode door.  Gedurende de corona lockdown was hij zeer actief en gaf hij online kinderen les. Hij stond altijd klaar om te helpen, ook bij de senioren. Daarnaast speelde hij in korte tijd vele toernooien en ontpopte zich als een ambassadeur van de vereniging.  Met Armin verliezen we een enthousiaste, fijne man en een gewaardeerd clublid. We zullen hem missen. Het is niet te bevatten….. hij had nog zoveel plannen….

Leo van IJzendoorn. (mede namens Dannie Beijk)

Nagekomen berichten:  

Herman Grooten heeft een mooie in memoriam voor Armin gepubliceerd op schaaksite.nl. Herman heeft als trainer van Armin zijn persoonlijke herinneringen gedeeld en prachtige anekdotes toegevoegd inclusief partijfragmenten. Echt de moeite waard.

Ook op de TU/e wordt het verlies gevoeld en is een mooie in memoriam geplaatst op de website waarin hij zowel als wetenschapper wordt geroemd en als mens treffend wordt omschreven. 

Verslag WLC 2 – Kempen combinatie 2

verslag-WLC-2-Kempen-combinatie-2

Tot slot nog de partij van Henny:

Verslag WLC A – De Stukkenjagers A

Na onze nederlaag tegen KiNG A waren onze kansen op het kampioenschap al aardig geslonken, maar als we op dinsdag 15 maart in de zesde ronde zouden winnen van De Stukkenjagers A, dan zouden we in ieder geval in de buurt blijven. Helaas konden we in deze wedstrijd geen beroep doen op Joep en Robert, waardoor de overige vier vaste spelers het zouden moeten gaan doen.
 
Halverwege de wedstrijd zag het er nog niet zo slecht uit; complexe stellingen op bord 1 en 2, terwijl bord 4 in evenwicht was. Bord 3 was echter duidelijk in ons voordeel zoals blijkt uit de partij met commentaar van Henny:

Sam Baselmans – Henny Wilbrink
1.e4 Pc6 2.Pf3 e5 3.Lc4 Lc5 4.0-0 Pf6 5.d3 0-0 6.c3 d6 7.Lb3 a6 8.h3 h6 9.Te1 La7 10.Pbd2 Pe7 11.Pf1 Pg6 12.Pg3 c6 13.d4 Dc7 14.Le3 b5 15.Dd2 c5 Volgens Stockfish staat zwart nu verloren. Gelukkig geldt dat alleen als je tegen Stockfish speelt. 16.Lxh6 gxh6 17.Dxh6 c4 18.Pg5 Te8 De enige manier om nu het witte voordeel vast te houden is 19.Te3, maar ja wie ziet zoiets? 19.Lc2 De7 20.Ph5 Pxh5 21.Dxh5 

Dit schijnt fout te zijn, je moet eerst op h7 met de dame schaak geven voordat je het paard slaat. Vraag me niet waarom. Zwart staat nu op +5. 21… Df6 22.Te3 Dh8 23.Dxh8+ Pxh8 24.Tg3 Pg6 25.Td1 Kf8 26.Tf3 Te7 27.Tf6 Lb8 28.dxe5 Pxe5 28… dxe5 is veel sterker, maar zwart blijft beter staan. 29.f4 Pd7 30.Th6 Ke8?? Voor de zoveelste keer mis ik een kleutercombinatie. 31.Th8+, 1 – 0.

Heel jammer, voordeel schoot van +3 naar -3 met de laatste zet, dat was toch een goede kans op een voorsprong geweest!
 
Terwijl de borden 1 en 2 in vuur en vlam stonden, kreeg Rudy een remiseaanbod van zijn opponent. Als teamleider raadde ik hem aan zelf een afweging te maken, omdat ik zowel de stelling van Thomas als die van mezelf niet goed kon beoordelen. Bovendien had ik zeer weinig tijd. Rudy ging daarop nog even door. Hier zijn commentaar:

Rudy Simons – Henk Jan Beukema

Het was een partij zonder noemenswaardige momenten; Ik kwam met een klein voordeel uit de opening (zoals in zo veel openingen met de witte kleuren) en als ik op de elfde zet mijn eerste ingeving, te weten 11.b4 had gespeeld in plaats van 11.Db3, wat vrijwel geforceerd tot dameruil zou leiden en einde voordeel, dan had ik nog een voordeel van circa +0.7 volgens de “vis” en zou ik echt nog voor winst kunnen gaan. Zoals het ging was alle muziek uit de stelling en ondanks weigering van zijn remise-aanbod op de 21e zet kon ik het onvermijdelijke niet ontgaan. Op de 31e zet bood ik dus maar remise aan en meteen aangenomen. Op hun site hadden ze het mooi geformuleerd: “zwart besloot beton te storten in de stelling”.

Dat hield in dat de punten zouden moeten komen van de twee topborden, en op het eerste bord zat dat er zeker in. Hier het verslagje van Thomas:

Luuk Baselmans – Thomas Kools

De zoveelste editie Kools – Baselmans. In jeugdtoernooien in het verleden heb ik menig partijtje tegen een van de gebroeders Baselmans gespeeld, en was het altijd wel een ongeveer gelijk opgaande strijd. Inmiddels is Luuk (tegen wie ik speelde afgelopen dinsdag) uitgegroeid tot een stabiele FIDE-meester en is de taak iets groter dan vroeger om een partij te winnen. Nu steek ik zelf ook in een behoorlijke vorm dit seizoen, dus ik achtte niets onmogelijk.
De eerste verrassing kwam van de kant van Luuk. Hij speelde een obscure gambiet-zijvariant van de Alapin, waarvan ik wist dat hij het eerder had gespeeld tegen mij bij de online teambattles. Ik had na die partij wel kort even gekeken naar het complex, en kon me herinneren dat op verschillende zetten b5 bevrijdend kon werken voor zwart. Uiteindelijk wist ik een significant voordeel op te bouwen door de huidige partij, op basis van de geofferde pion die ik had. Desondanks was het nog zorgvuldig spelen om de witte aanvalskansen geen al te grote proporties te laten aannemen. We komen erin na de zet 20. Dh3 van wit:

Ik sta hier als zwart natuurlijk fantastisch. Ik heb twee pionnen meer, wits aanval lijkt te zijn uitgedoofd en ik ga zeer snel rocheren. Het enige nadeel is dat ik voor de overige 20 zetten nog zo’n 20 minuten heb zonder increment. De beste zet hier is om h6 te spelen om het paard weg te jagen en vervolgens de toren op a1 te slaan, wanneer offers op e6 geen probleem meer vormen. Ik bedacht hier echter om toch op a1 te slaan, en enkele zetten later komen we in de volgende stelling:

En nu wreekt het niet spelen van h6 mij, want mijn koning staat nu behoorlijk op de tocht met het paard op g5 nog steeds op een prachtige aanvallende positie. Ik moet bekennen dat ik de witte aanvalskansen hier een beetje heb onderschat, maar nog steeds is er niets aan de hand. De zet Df6 houdt de boel nog bij elkaar, waarna Pxe6 – fxe6 Txe6+ – Kf7 Txf6+ – Pxf6 ik twee torens en een stuk heb voor de dame en ik technisch nog steeds gewonnen sta. Maar de psychologische druk van het weggeven van een opgelegde kans om een sterke speler als Luuk te verslaan, de druk van de klok en een algemene tactische onscherpte, deden mij Tf8 spelen, waarna Pxe6 meteen einde oefening is. In mijn hoofd liep mijn koning gewoon naar de damevleugel na fxe6 Txe6+ – Kd8 Da5+ – Kc8, missende dat na Kc8 Dc7 gewoon mat is; au! Dit soort kansen moet je dit soort tegenstanders niet geven, zeker niet tactische scherpe jeugdige schakers als mijn tegenstander. Hij tikte het dan ook gedecideerd uit.
Al met al ben ik niet mega ontevreden ondanks de nederlaag. Ik denk dat ik 21 uitstekende zetten heb gedaan en een winnende stelling heb weten te bereiken met zwart. Desondanks nog genoeg om aan te werken met name tactisch/rekenend mag het nog wat scherper, zeker onder druk van de klok.

Jammer hoor, in plaats van 2½ – ½ voor, stonden we nu ½ – 2½ achter. Ik kon een teamnederlaag derhalve niet meer afwenden, maar wellicht de pijn nog wat verzachten?

Maarten Smit – Herman Grooten
Deze partij begon rustig, waarbij Herman zich bediende van het drie rijensysteem, dat vroeger veel gespeeld werd. Aangezien hij zijn lichte stukken voornamelijk op de damevleugel had gepositioneerd leek het mij logisch om een initiatief te starten op de koningsvleugel om zodoende wat kansen te krijgen tegen de zwarte koning. Mijn paard maakte daartoe een interessante route, beginnend op g1 kwam het via f3, d4, b3, d2, f1 uiteindelijk op g3 terecht. Even later werd de volgende stelling bereikt:
Inmiddels had ik veel meer tijd verbruikt dan mijn sterke opponent, in deze stelling had ik nog minder dan 5 minuten over. En dan moet je daar bij bedenken dat er in de avondcompetitie nog altijd geen increment is (eigenlijk vind ik dit te zot voor woorden; alle competities, alle toernooien spelen tegenwoordig met increment, maar de NBSB nog altijd niet).
Goed is in bovenstaande stelling waarschijnlijk 31.fxe5, gewaardeerd door de engine met 0.0. Ik besloot echter tot het dubieuze 31.Txc6, een kwaliteitsoffer om de zwarte koningsstelling te kunnen binnendringen. Na 31… Dxc6 32.f5 Pd7 33.f6 Lb6 34.Lxb6 Dxb6 35.Dg2 De3 36.Pf1 Db6 37.Dh3 Pf8 38.Dh6 Pe6 39.Lg4 kregen we de volgende stelling:

Mijn toevallig ook aanwezige HSC-clubgenoten hadden mijn punt al geteld, maar Herman speelde hier koel 39… Db7 en dekt daarmee alles. Immers op 40.Lxe6 volgt 40… fxe6 en de dame dekt g7! Ik probeerde nog 40.Pfg3 Pbd4 41.Pxd4 exd4 42.Txd4 Tc1+ 43.Kg2 Tc2+ 44.Kh1 Tec8 45.Pf5, maar daarna kwamen alle zwarte stukken vernietigend binnen en was het na nog zeven zetten einde oefening. Jammer, maar wel een leuke pot!

En daarmee eindigde deze wedstrijd in een toch wel zeer geflatteerde ½ – 3½ nederlaag. Zonde, maar laten we in de resterende drie wedstrijden proberen ons in ieder geval te handhaven.

De persoonlijke uitslagen:
 
WLC A (1991) De Stukkenjagers A (2171) ½ – 3½
Thomas Kools (2165) Luuk Baselmans (2300) 0 – 1
Maarten Smit (1992) Herman Grooten (2276) 0 – 1
Henny Wilbrink (1820) Sam Baselmans (2131) 0 – 1
Rudy Simons (1987) Henk Jan Beukema (1977) ½ – ½
 
Maarten Smit

Verslag KiNG A – WLC A

Op vrijdagavond 25 februari, met Carnaval in aantocht, werd er in Tilburg geschaakt in de vijfde ronde van de avondcompetitie. Ons avondteam mocht aantreden tegen topfavoriet KiNG A. De gedeelde eerste plaats die we na twee overwinningen hadden bereikt hielden we een paar maanden vast, vanwege het tijdelijk stopzetten van de competitie. Onze tegenstanders hadden eveneens 4 punten verzameld en dus was er sprake van een echte topper.

Ik had in de voorbereiding op deze wedstrijd te maken met wat tegenslagen. Rudy was verhinderd en ikzelf kon niet meespelen omdat mijn schoonmoeder kort ervoor was overleden. Maar gelukkig hebben we in totaal zes vaste spelers in WLC A dus een niet al te ingewikkelde rekensom leert ons dan dat het team alsnog compleet zou kunnen zijn. Helaas kreeg ook Thomas te maken met een sterfgeval (zijn oma) en dus kwam ik ineens een mannetje tekort. Guus was onmiddellijk bereid een keer in te vallen, waarvoor dank!
 
Tja, dan de opstelling. Ik heb er over nagedacht om tactisch te spelen, vanwege het feit dat KiNG over een toch wel erg sterke eerstebordspeler beschikt. Echter, ik heb het (bij HSC) ook wel eens meegemaakt dat in een wedstrijd tegen KiNG hun sterkste twee spelers op bord 2 en 4 waren gezet, en ik gokte er op dat dat wellicht ook nu wel eens het geval zou kunnen zijn. Helaas, zij speelden op volgorde van speelsterkte en wij ook.
 
De chronologische volgorde van de partijen is mij niet bekend, wel heb ik begrepen dat Robert erg snel en soepel won en het er op de overige borden lang kansrijk uit zag. Ik laat de spelers even op bordvolgorde aan het woord:
 

Joep (bord 1):

Ik kreeg de kans om tegen Max te spelen. Ik was sneller uit mijn theorie dan hij; hij speelde naar eigen zeggen een idee van Carlsen zijnde 7… Lf8-b4+ met als pointe 8. c3, Lf8. Halverwege mijn partij werd ik zeer optimistisch. We stonden 1 – 0 voor, en op de andere borden was er nog evenwicht. Ik had het spel van Max teruggeduwd en net Kg1-h1 gevonden waarna zwart slechts één constructieve zet heeft. Die zet zou echter vooral mijn stukken activeren. Max dacht 20 minuten na over zijn enige zet, dus hij kon niet tevreden zijn. Ik meende significant voordeel te hebben. Achteraf geeft de engine 0.00. Even later kwam ik op een pionoffer waar ik meende de partij naar me toe te trekken. Ik had gezien dat zwart na aanname niet op het materiaal mag gaan zitten, en dan wel de kwaliteit moest offeren tegen uiteindelijk twee pionnen. Daarbij had ik overschat hoe actief mijn toren zou worden, en zo ook hoe zwak mijn eigen pionnen. Max zag het zonniger in voor zwart, al was hij vooral blij weer spel te hebben. Max hield de dames op het bord toen ik zwaktes had, ruilde ze toen hij mijn pionnen opgepeuzeld had, en de h7-pion kwam op e4 terecht. En zo mocht ik met een toren spelen tegen een paard plus een tetrisblok van vier vrijpionnen. Verdedigen had geen enkele zin; ik kon kiezen tussen opgeven versus een poging tot foppen. Dan kies ik altijd het laatste, maar Max bleef alert.

Guus (bord 2):

Ik heb het wit niet echt moeilijk gemaakt in deze partij, en dat resulteerde in deze stelling:

De witte stukken staan actief en op normale velden, terwijl mijn stukken allerlei capriolen hebben moeten uithalen om de zwaktes gedekt te houden en/of tegendreigingen uit te voeren. Maar ooit houdt het op, en dat is nu. Er zijn meerdere manieren om te winnen, maar wat Mark speelt is overtuigend. Hier volgt de slotcombinatie. 24. Pxd6 Lxg2 De enige (tevergeefse) poging om het te weerleggen. 25. Pxc8 Pxc8 25… Txc8 26. Txc5 Df3 27. Txc8+ Pxc8 28. Dd8+ werkt ook niet. 26. Dd8+ Lf8 27. Txc5 Df3 28. Txc8 Txc8 29. Dxc8 Lh3 30.Dxf8+, 1-0.

Henny (bord 4):
 
Ik ben bang dat ik dit keer het beslissende halfje compleet heb weggegeven:
In bovenstaande volkomen gelijkstaande stelling presteerde ik het om 42… Tf7 te spelen onder het mom van “wit kan niet 43. cxd5 spelen want dan sla ik zijn toren”. Klopt, met de pion kan je niet op d5 slaan. Bah.

En zo ging de wedstrijd met 3 – 1 verloren.
De persoonlijke uitslagen:

KiNG A (2308)WLC A (2092)3 – 1
Max Warmerdam (2596)Joep Nabuurs (2294)1 – 0
Mark Haast (2368)Guus Bollen (2195)1 – 0
Cees IJzermans (2121)Robert Klomp (2060)0 – 1
Jordy Schouten (2145)Henny Wilbrink (1820)1 – 0

Maarten Smit

Ronde 6 ODI 2 – WLC 3

Ronde 6 ODI 2- WLC 3

Aanvankelijk was het niet duidelijk of we wel zouden spelen. De voorgaande ronde hadden alle spelers van ODI 2 een reglementaire nul gekregen vanwege niet spelen. Dus heb ik er enkele mailtjes aan moeten spenderen voordat er gereageerd werd en duidelijk was dat er wel gespeeld ging worden.

Alleen was Chrit snotterig geworden en wilde/ kon daarom niet spelen. Gelukkig kan ik dan als non-playing captain optreden als invaller.

Tegen deze tegenstander zou het niet moeilijk moeten zijn, maar dat zeiden we over HSC 3 ook: Dat werd 2 – 2!

We gingen ook goed van start: Wim stond al snel beter en won daarna ook (hetgeen soms niet makkelijk is). Sascha won al snel een pion en daarvan dacht ik: Dat gaat als een straaljager, dus kat in het bakkie. Arno won ook al redelijk snel een kwaliteit, dus dat hoefde ook niet moeilijk te worden (Zie opmerking nav Wim!) en Bart: Een vol bord en weinig ruimte beiderzijds. Dus al met al snel klaar, dacht ik.

Maar dat liep toch anders: Arno was nog wel redelijk snel klaar en won “gewoon”, maar Bart schoot niet op en Sascha ontmoette hardnekkig verzet. Uiteindelijk verloor Bart en Sascha won ook door het fraai af te maken. Dus toch nog redelijk makkelijk. Einduitslag 1 – 3 en we draaien aan de kop nog mee, samen met SV Son en Breugel en SV Dubbelschaak97 3;

Ruud Hooijen        1572 – Sascha Kurt      1760   0 - 1
Quinten v Asseldonk 1369 – Bart Wintraecken 1568 1 - 0
Henk Strik 1367 – Wim Lucassen 1488 0 - 1
Fazeel Hoosein 1162 – Arno de Man 1549 0 – 1

Gem 1368 gem 1591

Brd 2. De partij begon met de centrale variant van het aangenomen dame gambiet. Beide kanten speelden hierin niet de beste opties, echter leverde dit wit uiteindelijk een overwicht op. Iets verder in de partij speelde ik (zwart) nog een paar minder zetten en kreeg wit duidelijk de overhand. Bij de analyse thuis bleek dat wit in het vervolg ook enkele mindere zetten speelde, echter verzuimde ik om daar gebruik van te maken. Mijn stelling werd van kwaad tot erger en wit kreeg een zeer sterke aanval op de koningsvleugel die ik niet meer kon tegenhouden. Resultaat winst voor wit. 

Brd 3.

Ik (Wim) mag weer eens met wit extern aantreden (Kritiek op de teamleider, omdat er geen overleg is?). Dus de lievelingszet van mij komt op het bord: 1. d4; Het wordt een aangenomen damegambiet Ik komt goed uit de opening en wint 1 pion. Vervolgens gaat er bij mijn tegenstander nog en pion verloren en is ook zijn koningsstelling sterk verzwakt, waarbij drukverhogen e.d goed werkt. Toen mat in 1 dreigde gaf hij op.

Brd 4.

Opening Spaans, ruilvariant. Ik besluit om bij terugnemen op c6 naar het centrum toe te slaan (Blijkt achteraf dat dxc6 toch beter is) en wordt na w 5. Pxe5 en zw 5 Dg5 geconfronteerd met 6. Pg4!

Dit heb ik nog nooit gezien in 50 jaar schaak, dus hoe nu verder? Achteraf blijkt dat ook mijn schaakboeken hierop geen antwoord hebben, behalve commentaar dat deze zet niet goed is. Ik heb zw 6 … d5 gespeeld en omdat Stockfish wel suggesties geeft e.d blijkt dat ook “zijn keus”. Achteraf blijkt dat ik de gehele verdere partij telkens de voorgestelde zet of het 1e alternatief gespeeld heb, dus je mag wel stellen dat ik erg tevreden ben. Het verloop was ook niet zo moeilijk: Ik won op zet 12 al een kwaliteit met pion en na dameruil (Door wit geïnitieerd en ook voorstel Stockfish> Ik dacht dat dat minder goed was) werd het nog makkelijker. Ik kon zijn overgebleven toren afruilen, er bleef voor hem nog een paard over en 3 verbonden pionnen op de damevleugel en met een actieve toren voor mij en zijn koning + paard ver op de andere vleugel dreigde ik al direct om die pionnen op te ruimen. Het vervolg hoefde hij niet te zien, dus 0 – 1;

Brd 1

Sasha kreeg vandaag met wit een Scandinavian defence. Al vroeg in de opening offerde zwart een pion en gingen de dames eraf (zet 7).
Het ruilen ging soepel dus kwamen wij snel in een eindspel terecht met toren en ongelijke lopers. Dat zo een eindspel niet zo makkelijk is blijkt uit de computeranalyse: zwart maakte namelijk 4 blunders en wit maar 1.

Stelling na zet 47. Hier vervolgde wit met Kf6 met matdreiging en dreiging om te promoveren. Dit heeft wit dan ook vakkundig uitgespeeld en gewonnen.

Externe competitie: WLC 1 – SOPSWEPS’29 1

Rating
Rating
Doren van, B. (Bas) 2093 Benschop, M.R. (Martijn) 1991 1 – 0
Kools, T. (Thomas) 2165 Booij, J. (Johan) 2236 ½ – ½
Baijens, J.C. (Hans) 1837 Heer de, M. (Machiel) 2191 0 – 1
Welling, G.J. (Gerard) 2241 Bottema, T.P. (Tom) 2198 0 – 1
Jacobs, T. (Tobias) 1754 Wustefeld, E.M.F. (Emile) 2168 0 – 1
Simons, R.W.J. (Rudy) 1987 Smeele, F.G.M. (Frank) 2102 1 – 0
Albers, F. (Frank) 1921 Berg van den, J.J. (Jeroen) 1982 ½ – ½
Smit, M. (Maarten) 1992 Onselen van, P.R.G. (Paul) 2056 1 – 0
Gemiddelde Rating: 1999 Gemiddelde Rating: 2116 4-4

Bas (bord 1)

Benschop__Van_Doren_Maart_2022-1

Thomas (bord 2)

Kools_Booij_12-03-2022-1

Hans (bord 3)

Verslag_Hans-1-1

Gerard (bord 4)

Sopsweps_GW_bd4

Rudy (bord 6)

Ik kwam voortvarend uit de opening en na 17 zetten had ik volgens onze goede vriend “Stokvis” al een voordeel van ca. + 1. Zoals zo vaak bij amateurs (en zelfs bij profs op wereldniveau) hoeft dit nog niet te betekenen dat dit automatisch leidt tot winst. Omdat ik in de eerste 4 ronden zeker 2 straalgewonnen stellingen om zeep heb geholpen was mijn motto nu (en ook in de toekomst) niet te veel tijd spenderen in het zoeken naar mogelijkheden die er eenvoudigweg niet zijn en vooral geen (ernstige) fouten maken. Mindere zetten kan nog, zolang je niet definitief je voordeel weggeeft. Ik heb eens Rene Olthof gesproken en hem gevraagd wat de kracht was van  grootmeester Daniel Fridman die uit kwam voor HMC: zijn simpele laconieke antwoord was: hij steekt geen tijd in onzinvarianten! zo wil ik nu ook gaan spelen 🙂 . gezonde zetten doen, het liefst met behoud van initiatief (als dat uberhaupt al mogelijk is). In de partij heeft mijn tegenstander toch nog herhaalde momenten gehad die tot gelijk spel zou hebben geleid volgens de analyse achteraf (en Stokvis) als hij dat had gezien,  maar gelukkig heb ik mijn steeds verder groter wordende voordeel dit keer niet meer uit handen gegeven. (ondanks dat ik op een gegeven moment volgens Stokvis toch weer een moment heb gemist op +9!, daar waar ik iets speelde wat ‘slechts” tot ca. +4 leidde en dus ook tot winst. Naar mijn eigen bescheiden mening een strakke verdiende winstpartij en het werd tijd na 4 hatelijke nullen ! als toegift nog een moment van een superieure stelling na de 36e zet van wit :

In deze stelling had wit al ca. +2 en dat werd later uitgebouwd tot winst na 36… Ke7 en 37. Ta2

Frank (bord 7)

Na iets meer dan twee jaar speelde ik weer eens een externe partij. Ik mocht tegen Jeroen van de Berg, een sympathieke tegenstander en beter bekend als de toernooidirecteur van het Tata Steel schaaktoernooi. Hij was blijkbaar met aggressieve bedoelingen naar Eindhoven gekomen want hij speelde met wit tegen mijn koningsfianchetto al snel h4-h5 en na mijn Pf6xh5 ook a tempo Th1xh5. Wit had zeer actief spel en zeker compensatie voor de geofferde kwaliteit en ik moest flink wat verdedigende zetten doen om mijn stelling bij elkaar te houden. Dat lukte wel, maar koste me zee-en van tijd. Uiteindelijk belandde ik in een eindspel met twee torens plus loper voor mij tegen een dame plus paard voor wit. Mijn torens waren echter nog niet gecoordineerd en mijn tegenstander bood na een actieve damezet tactisch remise aan hetgeen ik met nog minder dan 10 minuten voor 15 zetten aannam. De computer gaf na afloop licht voordeel voor zwart in de eindstelling, maar gezien de tijd plus de tactische trucs die er nog in de stelling zaten, ben ik tevreden met het halfje.

Maarten (bord 8)

Na de overwinning van Rudy stond het 3-4 en had ik de ondankbare taak een ogenschijnlijk gelijk eindspel te gaan winnen om toch nog een matchpuntje over te houden aan de wedstrijd. Ik had wat kleine voordeeltjes in de vorm van mijn vrije a-pion, die al tot a5 gevorderd was, en mijn zwartveldige loper, die een stuk meer bewegingsvrijheid had dan zijn zwarte collega, die gevangen was door zijn eigen pionnen. Lastig voor zwart om het goed te verdedigen. Ik kreeg dan ook een aantal kansen, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik veel eerder de partij had kunnen winnen. Zoals ik het speelde kwam het uiteindelijk ook goed, maar op het laatst gaf ik mijn tegenstander nog een levensgrote kans zelfs te winnen! Gelukkig zag hij het niet, het zou ook niet rechtvaardig zijn geweest (vind ik).

Drukke en gezellige Eindhoven Cup


Op zondag 13 maart is de Eindhoven Cup bij WLC in ‘De Hoeksteen’ gespeeld.

Er waren maar liefst 77 deelnemers en de nodige ouders aanwezig, waardoor het gezellig druk werd.

De uitslagen